Deel 4 1905-1915 Van 2 x 11 naar 3 x 11
1905
De viering van het seizoen 1904/1905 startte op 4 december 1904 net zoals het jaar daarvoor. Een Sinterklaasfeest voor de kinderen van de leden in de Marottetempel in de late namiddag gevolgd door een “Boere-kirmes” voor de oudere jeugd in de avonduren. Hierop was weer van alles te beleven en te zien. De verslaggever maakt o.a melding van het feit dat “het voornamelijk de jongedames waren die behendig met het geweer omgingen en de kaarsen met welgemikte schoten in de schietkasten doofden”. Hij vervolgt met: “Enkele Marottinnekes, aangemoedigd door de gemaakte proeven en het behaalde succes, zouden dan ook van plan zijn eerstdaags te vergaderen, teneinde een dames-weerbaarheidscorps te organiseren”. Hier zou wel eens de kiem gelegd kunnen zijn voor de latere erewacht, waarmee de Marottinekes de prins omgeven.
Daags na de “Boere-kirmes”verzorgden de Marotte een St.Nicolaasfeest voor de arme kinderen. Verder beperkte het programma voor de carnavalsdagen 1905 zich tot één zitting op 27 februari en het Marottebal op 4 maart.
1906
Oud-president Martin Thissen overleed op 2 december 1905. Carnaval 1905/1906 verliep vrij rustig. Het programma vermeldde: “Boere-kirmes”op 3 december, Sinterklaasmiddag voor de kinderen van de leden op 4 en voor de arme kinderen op 6 december 1905. Een verkleed bal op 21 januari en de repetitie van het carnavalsliedje op 24 januari 1906. Carnavalszondag toneelspel met zang door de Sittardsche Toneelvereniging in zaal Martens, op maandag “plechtige oetgank mit vaandel van d’n Hoogluchtige Raod van 11” en het “oetvleige van de Pappegey”; ‘s avonds Marottebal “bie Menand Kissels”.
1907
In het voorseizoen 1906/1907 viel geen enkele activiteit te bespeuren. Oorzaak o.a. het bedanken van enkele bestuursleden direct na carnaval vorig seizoen. Algemene ledenvergadering op 12 januari met als enige agendapunt: “Keize van ennige nuu beschtuurslede”. De zitting van 27 januari werd door gebrek aan voorbereidingstijd verzorgd door een gezelschap uit Roermond. Opening op zaterdagavond met de huldiging van Kobus Neilen die de Marotte 25 jaar lang als “deurwaerder” had gediend. Zondagavond toneeluitvoering door de Sittardsche Toneelvereniging in zaal Martens. De officiële plechtigheden werden besloten met het Marottebal in zaal Kissels.
1908
Het verenigingsjaar 1907/1908 kenmerkte zich door meer activiteiten. De in principe geplande optocht ging op het laatste moment helaas niet door.(1) Begonnen werd met een “Groote Boerekirmes” in zaal Kissels. Deze avond gold als liefdadigheidsfeest ter bekostiging van pakjesavond voor de arme kinderen. Het succes was minder dan andere jaren door de concurrentie van “de nieuwe danstent van De Smet (Markt)”. Om meer geld te genereren werd een beroep gedaan op de Sittardsche Toneelvereiniging die op 1 december 1907 in zaal Kissels het blijspel “de Inspecteur”opvoerde. Ook nu viel het bezoek weer tegen. Gelukkig werd het surprisefeest voor de arme kinderen gered door een aantal giften zodat toch nog ruim 180 gulden besteed kon worden. Intussen was op 29 november 1907 de eerste Vorst Marot, Claudius Kamps, overleden.
Na enkele zittingen met eigen artiesten volgden de carnavalsdagen met als programma: zaterdagavond “repetitie vastelaovesleidje”, zondag: “beijn schmeere veur de bal en moel schmeere veur rare kal”; zondagavond blijspel door de Sittardsche Toneelvereniging in zaal Martens; maandagvoormiddag om 11 uur”vlug de beruimde Pappegei de welt in”, ‘s avonds Marottebal. Op “Esschele Gounsdig” volgde dan de “begrafenis van den optoch”.
(1) Een van de redenen was dat het gemeentebestuur plannen had om t.g.v. de verjaardag van koningin Wilhelmina een optocht te organiseren. Daarvoor was al de medewerking van tal van verenigingen gevraagd.
1909
Voor het seizoen 1908/1909 wilde de Marotteclub niet op dezelfde voet doorgaan als het seizoen daarvoor. Het in eerste instantie “mislukken” van het liefdadigheidsfeest lag immers nog vers in het geheugen. Vandaar dat werd besloten om op 30 november 1908 een zogeheten “Brokkenverzameling” (huis-aan-huis- inzameling) te houden. De tijdens die verzameling ontvangen goederen werden op de dag van de uitdeling, 6 december, tentoongesteld in de Marottetempel. Vooraf had St. Nicolaas, vergezeld door twee knechten en het Marottebestuur en begeleid door harmonie St. Jozef, een tocht door de stad gemaakt. De verdere activiteiten dat seizoen bestonden uit het houden van een zitting op 17 januari in zaal Kissels met na afloop dansen op de muziek van de Marottekapel onder leiding van Fritske Colombonenzonenski, het Marottebal tijdens de carnavalsdagen en de uitgave van de Pappegey. In dit jaar namen de Marotte ook deel aan een optocht op 10 mei bij gelegenheid van de Oranjefeesten ronde de geboorte van prinses Juliana.
1910
Voor het liefdadigheidsfeest 1909/1910 werd een nieuwe formule bedacht. Voor het eerst in de geschiedenis wisten de organiserende Marotte alle toendertijd bestaande culturele verenigingen op één avond op het podium te brengen. Deze avond was een groot succes. Sinterklaasdag werd op dezelfde wijze ingevuld als het jaar daarvoor. Bijzonderheid in het programma van dat jaar was het optreden op 23 januari van de Philharmonie in de op 27 augustus 1906 geopende zaal Ober-Bayern waar een humoristisch concert werd gegeven. Voor de rest geen nieuws van het carnavalsfront: de Pappegey ging weer vlug van de hand en het Marottebal evenaarde het succes van voorgaande edities.
1911
Het seizoen 1910/1911 zou zich kenmerken door een verhoging van de activiteiten en door het op 15 oktober 1910 door de gemeenteraad verworpen (6 tegen 5 stemmen) rekest, waarin door de toenmalige deken Canoy een vervroeging van het sluitingsuur op dinsdagavond, van 03.00 uur ‘s nachts naar middernacht, werd gevraagd. De status quo bleef dus gehandhaafd.
Het verenigingsjaar, het dertigste in successie, opende met een liefdadigheidsfeest in de danstent van F. Desmet op de markt. Medewerking aan deze zeer succesvolle avond verleenden de Philharmonie en gymnastiekvereniging Swentibold. De goede Sint kon dus weer op bezoek komen. Na de rondgang door de stad, begeleidt door harmonie St. Jozef en het bestuur van de Marotteclub, vond in hotel De Zwaan (Kissels) de surprise-uitreiking plaats aan 222 arme kinderen. Naast de Sint en Vorst Marot (K. Paulsen) voerde burgemeester Gijzels, voor het eerst bij deze gelegenheid, het woord. Op zondag 15 januari werden in de diverse buurten bijeenkomsten belegd om te komen tot het houden van een optocht. Bij iedere buurtvergadering waren Marotte vertegenwoordigd hetgeen een prima zet bleek te zijn. De bereidheid tot medewerking was zeer groot. In de te vormen regelingscommissie werd van iedere buurt een afgevaardigde benoemd waarbij er van uitgegaan werd dat niet de Marote de stoet organiseerden maar dat het een gezamenlijke Sittardse productie moest worden. Om de optocht financieel mogelijk te maken werd een huis-aan-huis collecte gehouden. Opbrengst, vermeerderd met nog enkele giften, was fl.1500,--. Daarenboven bood F. Desmet, eigenaar van de danstent op de markt, gratis elf grote vrachtwagens aan. Een aanbod waarvan dankbaar gebruik werd gemaakt.
Nikkela Beckers uit Jabeek(!), zoon van het Limburgse Tweede Kamerlid, werd gekozen tot Prins Carnaval onder de naam Nic. I. Hij deed op zondag 29 januari 1911 zijn intrede en nam domicilie in hotel de Limbourg op de Markt. Met muziek en vergezeld door Vorst Marot werd hij in een open gala-rijtuig naar de Marottetempel gebracht waar een drukke receptie plaatsvond.
De prinsenproclamatie werd gesloten met een optreden van H. Peters, J. Pfennings en Thuur Laudy die het carnavalslied van het jaar, gemaakt voor de Steenweg, onder grote bijval introduceerde. Een zitting op 12 februari voltooide de activiteiten om Sittard onder stoom te brengen voor het carnavalsgebeuren 1911. De vergaderingen en voorbereidingen voor de optocht gingen echter onverminderd door met als bijkomend voordeel dat de gemeenteraad had besloten de organisatie van de optocht met fl. 150,-- te steunen. Zo bereikte het carnaval 1911 zijn hoogtepunt in de optocht op carnavalsmaandag. Het aantal vreemdelingen dat Sittard die dag bezocht werd geschat op 20.000!!! Aan de stoet namen maar liefst 20 wagens en 25 groepen deel. Vooraf vloog “de beruimde Pappegey mit ‘t offesjeel vastelaovesleidje veur den 30e maol Zitterd in” en hield de prins zijn “blijden intocht te midden van zijn hofstoet en de hem getrouwen Marotten”.
Onder de optocht vond de receptie plaats (!) op het stadhuis waar de prins, in het bijzijn van een aantal raadsleden, werd benoemd tot “Ridder van de Pappegey”. Daarna werd de optochtstoet, inmiddels opgesteld op de markt, geïnspecteerd door de prins.
‘s Avonds groots Marottebal in de Marottetempel en bijgewoond door de prins en zijn prinses (de prins had daartoe zijn zuster mej. C. Beckers uitgekozen) die ook het defilé van de deelnemers aan de costuumwedstrijd afnamen. De bals bij Ober-Bayern, Leinarts-Mahr, B. Pfennings en Martens werden eveneens druk bezocht. Overal heerste ‘s maandags en dinsdags “gepaste vroolijkheid en opgewektheid” en werd Sittard dinsdag nog aangenaam verrast door het daadwerkelijk laten rijden van de tram, een van de meegevoerde voertuigen uit de optocht, tussen station en de binnenstad. Al met al een waardige herdenking van het 30-jarig bestaan ware het niet dat er weer ingezonden brieven in de krant verschenen waarin gewag werd gemaakt van “De ontheiliging van de “Vastentijd” (had te maken met het late sluitingsuur en de dronkenschap op Aswoensdag). De briefschrijver besluit met :”Neen, waarlijk Sittard is op godsdienstig gebied niet vooruit gegaan. Het is treurig, maar wiens schuld???”
1912
Het seizoensprogramma 1911/1912 is een van de magerste geweest in de carnavalshistorie van Sittard. Op het Marottebal en de uitgifte van de Pappegey na werd geen enkele activiteit ontplooid.
1913
Het seizoen 1912/1913 kan worden gezien als een kopie van het voorgaande jaar. Vermeldenswaard is dat het clublokaal van de Marotte in 1913 werd verplaatst van zaal Schrijen in de Putsstraat naar Ober-Bayern in de Voorstad. Veel stof deed een besluit van de gemeenteraad opwaaien: het sluitingsuur van de café’s en balzalen op carnavalsdinsdag werd bepaald op middernacht. De aanhoudende protesten en ingezonden brieven hadden hun uitwerking kennelijk niet gemist.
Naast de 32e jaargang van de Pappegey verscheen in 1913 nog een ander carnavalskrantje, “Papegey No2”, uitgegeven door en onder redactie van “Vires No2” met als voornaamste doel: “In korte trékke ennige van de veurnaamste punte van oos leef Vaderschtad te behanjele”. Onder die voornaamste punten werden schimpscheuten op Marotte en gemeenteraad verstaan.
1914
Het programma 1913/1914 was inmiddels vastgesteld en ging van start met een grandioze zitting waarover alle Sittardsche kranten, die op dat moment in staat van oorlog met elkaar verkeerden, een positief oordeel velden. Zo passerden achtereenvolgens de tentoonstelling met zijn missers en knallers de revue alsmede het enthousiasme bij het bezoek van H.M. de koningin waarbij ook de schaduwzijden niet uit de weg werden gegaan getuige volgende zinsnede:”De Keuningin vergèt os noots niet, zoodèks zie in den todder sjteit”. De actualiteit gaf, zoals steeds, ook veel dankbare onderwerpen. Over de hoofden van politie en politici heen kreeg “Vires No2” ook meer dan eens zijn portie.
Zaterdagavond voor carnaval werd door de hele Marottegemeenschap in Ober-Bayern het carnavalsliedje gerepeteerd. ‘s Zondags werd in dezelfde zaal voor het eerst het Marottebal gehouden. In hotel de Zwaan, de vroegere Marottetempel, werd door het “Sittesch Mannekoor” een vastelaovesconcert met komische voordrachten en specktakel-scènes gegeven waarna een gecostumeerd bal volgde. Maandagmorgen verscheen de Pappegey en ‘s middags was er een “Maskenpromenaad” waarvoor op de Markt werd verzameld. Ook verschenen “Pappegey No2” en “Pappegei No 3” respectievelijk uitgegeven door “Vires No2” en “Vires No 11”. Gedurende alle drie de dagen kon worden gedanst in de diverse daarvoor geschikte lokaliteiten. Verslaggeving uit die tijd maakt melding van een goede en gezellige viering die ook veel mensen van buiten, met name Heerlen werd genoemd, op de been bracht. Enige wanklank was in feite de voortwoedende krantenoorlog waardoor links of rechts wel eens iemand die hierbij betrokken was, werd gekraakt.
1915
De oorlog 1914-1918 was er debet aan dat het carnavalsgebeuren, op een enkele uiting na, in het openbaar geheel stil viel. De commandant van het veldleger verbood iedere vorm van viering of maskerade. Ook de poging van de Marotte om in 1915 het feest te verplaatsen naar halfvasten liep op niets uit. Er verscheen zelfs geen Pappegey. En dit jaar had nog wel de derde jubileum-periode, de viering van 3x11, luisterrijk moeten afsluiten.
Lees ook
Deel 3 Op naar het 2 x 11 jarig jubileum Deel 5 Op weg naar het 4 x 11-jarig jubileum |
|
|
|