Deel 6 1926-1937 Van 4 x 11 naar 5 x 11
“Hauwt toch drin dat löstig Zittesch laeve! Hauwt toch hoog dat richtig Zittesch schtraeve. Hauwt toch vas dae Carnaval"
Aan Zitterd eige baovenal. (1925/1926).
De nu aanstaande periode van elf jaar begon niet florissant en hoopgevend doordat er zowel bij de burgerlijke als de kerkelijke overheid bedenkingen tegen het carnaval waren gerezen. Vanzelsprekend waren de vierders in hart en nieren het hiermee niet eens. De ontstane strijd zou uiteindelijk in deze periode, waarin ook nog het gouden jubilem viel, naar een climax groeien.
1927
Opening verenigingsjaar 1926/1927 op 11 november met een tot in alle hoeken bezette zitting in Ober-Bayern waar op de bekende, onvervalste manier de Sittardse toestanden op de korrel werden genomen. H. Hermans en M. Jaspers werden geïnstalleerd als leden van de Raad van XI. De combinatie vergadering/zitting van 18 november stond in het teken van het overleg met buurten en verenigingen over de optocht. Op 3 december werden de St. Nicolaassurprises voor de arme kinderen “tentoongesteld” waarna de uitdeling door Sint en Piet volgde. De zittingen, zeven in totaal werden gehouden in zaal Martens. Op de zitting van 23 januari maakten de Marotte bekend dat Henri Hermans als prins Harie I de scepter zou zwaaien en dat Vorst Marot Col I van de “Kölner Carnavalsverein” een onderscheiding zou ontvangen wat ook gebeurde bij het bezoek van de Marotte aan Keulen, op 30 januari 1927 waar hij toen de versierselen, behorend bij de orde ”Der Rheinländer Dank”, daadwerkelijk ontving.
De installatie van prins Harie I geschiedde op 2 februari. Het dankwoord van de prins ging vergezeld van een “Nonnevotte-tractatie”. J. Pfennings, de ex-prins van de afgelopen twee jaren, werd in de Raad van XI opgenomen. Zondag 6 februari “Dameszitting” in zaal Martens welke door meer dan 300 Sittardsche dames werd bezocht. De zitting van 13 februari droeg een “Ridderlijk cachet”. Er werden namelijk niet minder dan 18 personen in de Sittardse carnavalsadelstand verheven: 9 officieren en 9 ridders. Swentibold verleende medewerking evenals op de laatste zitting vóór de feestdagen (20 februari).
Programma carnavalsdagen 1927: zaterdag 26 februari fakkeloptocht gevolgd door de slotzitting in Ober-Bayern. Inmiddels was ook de Pappegey verschenen, deze keer in gezelschap van “De Sittardsche Klappende Ekster” een nieuwe carnavalskrant. Zondagavond traditioneel Marottebal en maandag optocht met na afloop ontvangst op het gemeentehuis. In de avonduren en ook dinsdags bal in diverse zalen.
1928
Seizoen 1927/1928 begon met een teleurstelling. Wegens verbouwing van Ober-Bayern konden de openingszitting op 11 november alsmede het gecostumeerd bal op kermisdinsdag geen doorgang vinden. Wel was op 4 december weer de St. Nicolaastafel voor de arme kinderen gedekt. Heropening Ober-Bayern op 10 december 1927 waardoor de uitgestelde openingszitting werd gehouden op nieuwjaarsdag 1928. Op de zitting van 8 januari werd bekendgemaakt dat voor de optocht inmiddels financiële steun was ontvangen van de “Vereeniging De Kollenberg” en een viertal grootbedrijven. Iets dergelijks deed zich voor op de zitting van 22 januari (er werd door verschillende instanties fl.300,-- toegezegd) zodat de optocht definitief kon doorgaan. Op 5 februari werd Math. Jaspers als prins Math I geïnstalleerd. De zitting sloot met de vertoning van de Sittardse carnavalsfilm 1927. De voorlaatste zitting op 12 februari werd dit jaar voorafgegaan door een “kènjerzitting”. Het carnavalsfeest 1928 werd niet ingeluid met een fakkeloptocht maar met een grandioos geslaagd festijn in Ober-Bayern op 18 februari. Daardoor was de intocht van de prins verschoven naar de zondag. De optocht op maandag: “evenals andere jaren was deze hoerae-optocht de meest pakkende carnavalsattractie; het bonte kijk- en hoorspel, vol luim en paljas-hekelingen; Sittards levende lach- en spotprent door woord gebaar en beeld; het ideaal van Prins carnaval en de lust van diens onderdanen” was een hoogtepunt. Na de optocht gemeentelijke ontvangst op het stadhuis, de receptie van de prins en de inspectie van de optocht.
1929
Opening seizoen 1928/1929 middels een openingszitting in de Marottetempel op 17 november o.l.v. waarnemend Vorst Marot Zef Dullens. Op 5 december ontvingen 250 arme kinderen hun Sinterklaasurprise waarna ter voorbereiding diverse zittingen volgden in Ober-Bayern en in zaal Martens. Het overleg met buurten en verenigingen leidde op 21 januari tot de oprichting van de buurt “Rijksweg”. Zittingen werden gehouden op 21 januari en 27 januari. Op de zitting van 3 februari trad voor het eerst Club Wo-Van op. Tevens vond op deze zitting de installatie van de nieuwe prins Baer I (Hub Cals) plaats. De slotzitting vond plaats op 9 februari. Zondagnamiddag officiële intocht van de prins en ‘s avonds Marottebal. Door de extreme kou, in de nacht van zondag op maandag vroor het 20 graden, werd de optocht verplaatst naar dinsdag. Toch lieten veel deelnemers en toeschouwerd verstek gaan. Na de optocht, waarvan de route flink was ingekort, ontvangst op het stadhuis. De verdere feestviering ondervond duidelijk last van de koude. Alleen de meest verstokte vierders trof men op straat aan. De rest dook het café in of bleef thuis om daar het nieuw verschenen nummer van de Pappegey te lezen. Als doeje voor het bloeden boden de Marotte op de dinsdagavond van St. Rosakermis “oos Zittesche kènjer eine bloumepolonaes” aan.
1930
Openingszitting seizoen 1929/1930 op 16 november. De arme kinderen werden ook dit jaar niet vergeten: “Door deze schoone geste bewijst de Marotteclub voor de zooveelste maal, dat ze behalve de woorden pret en jolijt, in gulden letteren ook weldadigheid in de breede banen van hun clubvaandel hebben geschreven”.
De gecombineerde vergaderingen/zittingen regen zich ook dit jaar weer aaneen terwijl de “spreekton” zich in een stijgende bezettingsfrequentie kon verheugen. Zitting op 26 januari en op 3 februari, na jaren van absentie, weer een “Cabaret-soirée met boerenbruiloft”. Op 9 februari werd oud-Sittardenaar Pierre Martens in het kader van de “buitenlandse betrekkingen” geínstalleerd tot consul van het Marotteriek in Heerlen. Tot Prins carnaval werd uitgeroepen Hubert Hermans (Baer II) die zijn installatie beleefde op 17 februari. Daartoe werd hij in een versierde wagen ”voortgetrokken door Marottinnekes(!)” naar de Marottetempel gevoerd waar hij in de zaal escorte kreeg van de Raad van XI en de traditionele Bielemännekes. De spreekbeurten werden ditmaal niet in de “schpraekstoul” gehouden maar in de “buut” , een begrip dat zich tot in onze dagen heeft weten te handhaven. Slotzitting op 1 maart in de Marottetempel. Pappegey nummer 49 was inmiddels ook verschenen.
Carnavalszondag “Joyeuse Entrée” van Prins Carnaval waarna ‘s avonds prinsenbal. Maandagmiddag was weer het hoogtepunt van het sittards carnaval: de optocht waarna de traditie-geworden receptie op het stadhuis. Tijdens de carnavalsdagen heerste in de stad, café’s en balzalen weer dezelfde gezellige drukte als vanouds.
1931
Opening seizoen 1930/1931 pas op 4 januari 1931. Oorzaak was de deelname van de Marotte aan de Eerste Sittardse Middenstands Tentoonstelling (ESMITO). In het kader van die tentoonstelling had op 14 september 1930 een optocht door Sittard getrokken. Tijdens die zitting werd al vooruitgeblikt naar het gouden jubileum van Swentibold en het 40-jarig bestaansfeest van de Vereeniging De Kollenberg. De zittingen van 12 januari en 19 januari waren werkvergaderingen. Aan de zitting van 25 januari werkte Oud-Swentibold mee. Op 26 januari vond in de Marottetempel een gecostumeerd “Kabaret-Swarree”plaats. Swentibold kreeg op 8 februari door de Marotte een “eere-avond’aangeboden waarop als hoofdattractie ”50-jaar-Swentibold-activiteiten-op-carnavalsgebied” in dia werd vertoond. Na de plechtige installatie van de nieuwe prins Nol I (A. Wijnhoven) werd op zaterdag voor carnaval (14 februari) het voorbereidend seizoen gesloten met een slotzitting o.a. opgeluisterd door een 5-persoons groep acrobaten van Oud-Swentibold die veel bijval kreeg. Tijdens diezelfde zitting werd gewag gemaakt van een nieuwe dreiging van anti-carnavalisten die Sittard boven het hoofd hing. Sittard werd in die tijd namelijk overspoeld met anti-carnaval pampletten o.a. verspreid door “de Nartionale Christen-Geheelonthouders-Vereeniging, den Limburgschen Mariabond en het Limburgsch Kruisverbond”. De “weg-met”-beweging , die in Sittard aanhangerskende, stak weer de kop op.
Dit weerhield de prins toch niet om zondag 15 februari zijn “Blijde Incomste” en prinsenbal te houden en werd er alle drie de dagen lustig op los gefeest. De optocht op maandag werd helaas negatief beínvloed door het slechte weer. Na ontbinding vlaggenparade op de markt en receptie op het stadhuis. Tijdens de aldaar gehouden speeches kwam het 50-jarig bestaan van de Marotte al voorzichtig ter sprake. Naast aflevering 50 van de Pappegey verscheen ook een pamflet onder de veelzeggende titel “De polletikke weschwieverie van de Zittesche theetantes onger ‘t motto Schtömmerie en Moelerie”. Een pamflet met een vooruitziende blik zo zou blijken.
1932
Zonder enig vermoeden werd gestart met de voorbereidingen voor het jubileum en ging men op zoek naar extra financiële middelen waaraan het college van B&W in eerste instantie zeker aan meewerkten. Er werd toestemming verkregen om een loterij te houden en de pers liet zich evenmin onbetuigd om het jubileum “aan te prijzen”. De reeks van feestelijkheden werd op 29 juni 1931 geopend met “Ei Venesiejaans aovesfees” in de tuinen van restaurant “De Schteine Schloes”. Inmiddels hadden de Marotte het gemeentebestuur een garantiesubsidie van fl. 1000,-- gevraagd voor het organiseren van een optocht. Tijdens de raadsvergadering van 6 augustus werd dit met 8 tegen 5 stemmen aangenomen hetgeen niet zonder slag op stoot was geschied. Na veel vijven en zessen trokken de Marotte daarom hun verzoek “wegens de zorgelijke tijdsomstandigheden”op 23 november weer in. Toch gingen de voorbereidingen verder. Op 24/9 vergaderden de Oud-Marotte, op 15/10 buurten en verenigingen en werd
L. Schmeitz tot nieuw lid van de Marotteclub geïnstalleerd. Openingszitting van ”’t gouwe jaor” op 11 november met deelname van de oud-prinsen. Op 15 november vond een drukbezochte receptie plaats. Een deputatie van de Kölner Karnavalsverein was met autopech gestrand en arriveerde pas in de namiddag. Na de jubileumreceptie trad Col Hermans terug als Vorst Marot.
De zittingenreeks, geleid door waarnemend voorzitter Harry Hermans startte op 11 januari 1932. Het verzet tegen carnaval, dat zich verleden jaar reeds aankondigde, kreeg, mede door de economische malaise, een vastere greep op de bestuursbevoegde instanties. De meest uiteenlopende argumenten werden daarbij aangedragen. En zoals altijd… op actie volgt reactie. Dagelijks las men in de kranten ingezonden stukken van vóór- en tegenstanders.
Precair werd de situatie toen verschillende instanties van de geestelijkheid overheid een verzoek richtte aan de gemeenteraad “om te besluiten dat het niet meer geoorloofd zal zijn zich gemaskerd of onherkenbaar gemaakt in het openbaar te vertoonen, te beginnen met Carnaval 1932”. De verzoekschriften moesten in een openbare zitting behandeld en afgedaan worden. De behandeling vond plaats op 18 januari 1932. In de tussentijd hadden de bond van caféhouders, Marotte, diverse winkeliers en de vereniging van hotel- en koffiehuishouders niet stil gezeten. Zij hadden een tegenverzoek gedaan waarin zij een lans braken voor behoud van carnaval in zijn oude glorie. De Kerkklok daarentegen zag carnaval liever van de feestkalender verdwijnen. En hiermee lag de olie op het vuur. Het besluit van de raad, o.l.v. burgemeester Coenders, viel negatief uit voor carnavalsminnend Sittard. Een besluit dat als wijziging in de algemene politieverordening werd opgenomen. De grote verontwaardiging bij het publiek sloeg om in een rel. Tot diep in de nacht bleef het onrustig in de stad en moesten maatregelen worden genomen om have en goed te beschermen van de raadsleden die voor afschaffing hadden gestemd. De rellen zetten zich voort op dinsdagavond waarbij vuurwerkbommen en carbidbussen werden gebruikt. Arrestaties van al te opdringerige jeugdigen volgden waarna de ordebewaarders door een verontwaardigde menigte met stenen werden bekogeld. Er werden zelfs charges met sabel en gummiknuppel uitgevoerd. Het gevolg was dat de burgemeester van Sittard op 20 januari een verbod tot samenscholing uitvaardigde. Ook dreigde hij tot sluiting van café’s en het verbod van vergaderingen. Via officiële aanplakking en perspublicaties werden de burgers hiervan in kennis gesteld. Deze drastische maatregelen misten hun uitwerking niet. Het politionele ingrijpen in combinatie met de uitgevaardigde verordening had het verzet gebroken zodat het samenscholingsverbod per 30 januari weer werd opgeheven.
Hoe moest het nu verder? Uiteindelijk bestonden de Marotte toch 50 jaar!
Voorgesteld werd om in ieder geval de optocht te redden. Woensdagavond vergaderden de Marotte in een tot de nok bezette zaal Luxor. Buurten en verenigingen zegden hun medewerking toe. Toch moesten de Marotte tijdens de zitting op 31 januari meedelen dat de optocht niet doorging. De slotzitting van de Marotteclub werd op 6 februari gehouden in Ober-Bayern.
Toch zou er dat jaar een optocht trekken. Iets dat de Marotte en Sittard veel deugd moet hebben gedaan. Het was een initiatief van de buurt Steenweg die een “Optochtcomite 1932” hadden ingesteld. Aan deze optocht werd deelgenomen door de buurten Limbrichterstraat, Steenweg, Markt-Paardestraat, Baanjt, P.P.P. en Rijksweg Noord, de verenigingen Oud- en Nieuw Swentibold, Wo-Van, V.V.S., Philharmonie. Harmonie St. Jozef, harmonie Limbricht. De trommelkorpsen van Stadbroek, Ophoven/Sanderbout en Wehr en de particulieren Jos Willems en Dom v.d.Bergh.
Vanzelfsprekend was er geen ontvangst van de prins op het stadhuis, er was immers geen prins benoemd voor 1932. In voorkomende gevallen deed Nol I, de prins van het afgelopen jaar, als zodanig dienst. Het geheel had een ordelijk verloop en er deden zich geen ongeregeldheden voor. Het verbod van maskeren werd stipt opgevolg waardoor de “laamaekerie” helaas niet bedreven kon worden. De Pappegey verscheen zonder vertraging.
Er deed zich echter één geval voor dat niet werd getolereerd door de politie en de personen in kwestie (Sjeer Schmeits, Dom. v.d. Bergh en Willem Roncken) verbaliseerden en meevoerden omdat zij een ”straatvertoning” opvoerden. Tijdens de zitting voor het kantongerecht op 8 april 1932 achtte de rechter het ten laste gelegde wel bewezen en strafbaar doch legde hij geen boete op vanwege “den volkshumor die in het geval steekt en die ook gewaardeerd moet worden”. Hiermee kon de rel rond het maskeradeverbod worden afgesloten ware het niet dat een groep “echte Laamaekesj” zich niet voetstoots bij de genomen raadsbeslissing wilden neerleggen. Zij richtten een nieuwe carnavalsvereniging op met de veelzeggende naam “De Aanhauwtesj”. Een gezelschap waarvan Toon Hermans al snel lid werd. De Aanhauwtesj organiseerde een handtekeningenactie voor opheffing van het maskeradeverbod met als gevolg dat meer dan 2.000 personen van 21 jaar en ouder hun handtekening plaatsten onder de petitie.
1933
Tijdens de eerste Marottevergadering stond als voornaamste punt op de agenda ”het terugverkrijgen van het Carnaval”. Een verzoek dat, na ruggespraak met buurten en verenigingen, op 14 november 1932 werd verzonden aan de gemeenteraad. Soortgelijke rekesten werden verzonden door de vereniging van hotel- en caféhouders, het optochtcomité (vanf 1932 de Aanhauwtesj), Club Wo-Van, de bakkersbond en zanggezelschap Concordia.
Het aantal ingezonden adhaesiebetuigingen waarop 2.699 handtekeningen waren geplaatst nam inmiddels 41 lijsten in beslag. Zodoende werd de maskerade-affaire op 27 december 1932 opnieuw in de raad gebracht waarbij na veel debatteren drie voorstellen op tafel kwamen: a) de viering blijft zoals voor 1932, b) maskeren op straat tot 21.00 uur en op gesloten bals tot 24.00 uur, c) maskeren toe laten op straat vban 13.00-21.00 uur en in café’s van 13.00-24.00 uur, alles op maandag en dinsdag. Voorstel c werd tenslotte aangenomen zodat de maskerade op maandag en dinsdag, zij het gedeeltelijk, terug kwam in de straten van Sittard. Van de kerkelijke overheid, die de zaak in januari aanhanging maakte, taal nog teken.
Opgelucht hervatten de Marotte de activiteiten op 9 januari met een zitting in Ober-Bayern. De eerste zitting werd geopend door Math. Stöcker, die inmidels de functie van Vorst Marot had overgenomen, gevolgd door een zitting op 15 januari. Op de vergadering van 23 januari met buurten en verenigingen werd besloten, en dat was geheel nieuw, dat vanaf 1933 reclamewagens, mits carnavalistisch van aard, in de optocht werden toegelaten. Een andere bekendmaking was dat het prinsschap van Prins Nol I gecontinueerd werd. De slotzitting, voorafgegaan door een zitting op13 februari, vond weer plaats op zaterdag vóór carnaval in de Marottetempel. Carnavalszondag 26 februari intocht van Prins carnaval waarna het prinsenbal de eerste van de drie dolle dagen besloot. Tijdens de optocht op maandag presenteerde de buurt “Riekswaeg Zuid” zich voor het eerst afzonderlijk (voorheen altijd samen met “Riekswaeg Noord”). Na het defilé op de Markt volgde de ontvangst op het stadhuis. De Pappegey was voor de 52e maal present.
1934
Merkwaardiger wijs vlotten de voorbereidingen voor het seizoen 1933/1934 in het geheel niet. Reden voor de Aanhauwtesj “oppe trom te gaon hauwe”. Het carnavalsgebeuren in Sittard werd van nu af aan door twee schouders gedragen. Zij belegden op 7 januari 1934 een bijeenkomst met het karakter van een zitting. Voor 29 januari stond bij Ober-Bayern een “löstigen aovend” gepland waaraan maar liefst 800 personen deelnamen. Een programma dat, wegens het overweldigend succes, op 9 februari moest worden herhaald. De opbrengst van die avond ging naar het burgerlijk armbestuur. De optocht op maandagmiddag kwam organisatorisch ook voor rekening van de Aanhauwtesj.
De Marotte, die duidelijk in een dip verkeerden, openden op 14 januari het seizoen in het tegenover het station gelegen nieuwe onderkomen, hotel Modern. Op 22 januari volgde het “Cabaret-soirée” en op 28 januari nog een zitting. De voor 1 februari geplande revue heeft blijkbaar geen doorgang gevonden. Zaterdag vóór carnaval volgde de slotzitting en gedurende de carnavalsdagen “feestelijkheden”, waarvan geen nadere omschrijving, in hotel Modern. In dit jaar verscheen zelfs de Pappegey niet.
1935
Het verenigingsjaar 1934/1935 van de Marotte startte op 5 december met een inzameling (inmiddels voor de 40ste keer!) van geld en goederen t.b.v. St. Nicolaassurprises voor de arme kinderen. Opbrengst ruim fl.400,-. Kort daarop, 15 december 1934 overleed Ferd. Derrez, waarnemend Vorst Marot in 1903. Het “Cabaret-soirée” was op 11 februari en eengecombineerde vergadering/zitting zes dagen later. Tijdens de volgende zitting, op 24 februari werd door leden van de Raad van XI en door aanwezigen uit de zaal veelvuldig gebruik gemaakt van de “spreekton”. Rond carnaval verscheen het 54ste nummer van de Pappegey.
Voor het overige lag het initiatief bij de Aanhauwtesj die zich voor het eerst “Carnavalsvereniging”noemden. Zij oependen op 1 september 1934 het seizoen met een vergadering waarop een conceptprogramma werd gepresenteerd. De eerste “vroolijke avond” ging op 19 november in première en werd door meer dan 600 belangstellenden bijgewoond. Daags erna werd dit programma herhaald met een derde opvoering op 9 december. De tweede vrolijke avond (20 december) had een gelijke strekking. Ook nu vulden eigen leden het programma met een aantal kluchten. Het door de Aanhauwtesj op 28 december gerichtte verzoek aan de gemeenteraad om de publieke maskerade op straat ‘s maandags en dinsdags te verlengen van 21.00 tot 24.00 uur, werd door de raad met 9 tegen 6 stemmen verworpen.
De Sittardse revue “Mer moud hauwte” werd door de Aanhauwtesj op 23 en 24 februari opgevoerd waarna, alweer wegens enorm succes, op 25 februari en 26 februari heropvoeringen werden gegeven. De pauzes werden opgevuld door Teun Hermans die vooral met zijn “Wereldreis” succes oogstte. Intussen vond overleg plaats met buurten en verenigingen over de optocht die carnavalsmaandag, 4 maart, weer door Sittards straten trok.De organisatie was in handen van de Aanhauwtesj. De ontbinding had, zoals altijd, plaats op de Markt.
1936
Het Marotteprogramma voor 1935/1936 was nagenoeg identiek aan dat van voorgaande jaren. De rondgang voor surprises voor de arme kinderen leverde een zodanige hoeveelheid geld en goederen op dat St. Nicolaas meer dan honderd pakjes kon uitdelen. Duidelijk merkbaar keerde het vertrouwen in de Marotte langzaam terug hetgeen zij uitdroegen met het motto “Krisis zal vergaon, Vastelaovend blif beschtaon”. Iets dat ook werd bevestigd door het aanvullen van de Raad van Elf met twee jonge krachten. In de pers verschenen ingezonden stukken die aandrongen op het samengaan van de twee in Sittard werkende carnavalsverenigingen. Men wilde terug naar de tijden van vroeger. De Marotte kwamen hierdoor weer meer in de belangstelling en veel briefschrijvers probeerden een samengaan te forceren. Er was echter nog niet voldoende basis en er waren natuurlijk twee partijen die hierover dienden te beslissen. De Marotte beperkten zich daarom tot het externe gebeuren zoals een “cabaret-soirée’op 19 januari, enkele zittingen en de Marottebals op zaterdag vóór en op de drie carnavalsdagen in hotel Modern. Ook verscheen nummer 55 van de Pappegey. Tevens verscheen het eerste nummer van”De Zittesche Laamaeker”dat aan de Aanhauwtesj werd toegeschreven doch waarvan deze zich volkomen distantieerden.
Op de kalender van de Aanhauwtesj prijkten, naast de maandelijkse vergaderingen over organisatie en optocht, weer de “löstige aovende” op 29 augustus 1935, 25 november en 6 januari 1936. Tijdens de zitting van 5 februari werd zelfs een prins uitgeroepen in de persoon van J.Schmeitz die als prins Sjeng II zou gaan fungeren. Zijn installatie, op 16 februari, werd bijgewoond door de Marotte. Zondagmiddag 23 februari intocht van de prins en werd hij door zijn buurt (Engelenkampstraat) aan de Aanhauwtesj overgedragen waarna hij vergezeld door muziek en verenigingen naar de tempel Ober-Bayern vertrok.
De organisatie van de optocht stuitte aanvankelijk op gebrek aan medewerking van buurten en verenigingen, iets dat later gelukkig ten goede is gekeerd. Toch was het jammer dat de organisatie voor haar moeite en werk alleen maar schulden overhield. De gehouden collecte tijdens de optocht was immers uitsluitend bestemd voor de armen van Sittard.
Prins Sjeng II vertrok 2 september naar Indië waar hij in het onderwijs werkzaam was. Hij kreeg van de Aanhauwtesj een daverend afscheid op 28 februari. Na de gebruikelijke redevoeringen vertolkten de Aanhauwtesj “Wie Zitterd met het vertrek van z’ne Prins mitlaef!”. De zaal was volkomen uitverkocht.
1937
Jaar van het 5x11 van de Marotte; officiële herdenkingsdag: 8 november in hotel Modern waar de grote zaal herschapen was in een troonzaal Boven den zetel van den Vorst was het wapenschild aangebracht: de Pappegey met de wijze wapenspreuk “Dao zeen meer gekke es me meint!”. Op deze avond werd aan een aantal personen uit Sittard en van buiten Sittard een nieuwe orde “Jubelorde van de Pappegey” uitgereikt. Tijdens een van de vele speeches stelde Marot H. Hermans dat “’t herboren worden van en oprichten van nieuwe Carnavalsvereenigingen zal moeten leiden tot een Bond van Carnavalsvereenigingen in Limburg om des te beter het Carnaval hoog te houden”.
Met hetzelfde doel, doch uitsluitend op plaatselijk niveau, kwam in Sittard een “Carnavalscomité 1936/1937 van de grond niet om carnaval en/of optocht te organiseren maar om propaganda te maken en financieel te steunen. Daartoe kon de plaatselijke middenstand onderscheidingsplakkaten met de tekst “Veer sjteune de Vastelaovend 1937” kopen tegen betaling van fl. 1,50.
Sittard, 4 december 1936, oprichting “Federatie van Carnavalsverenigingen in Limburg” om carnaval ook buiten Limburg te promoten.
Van 14 tot 17 januari neemt een delegatie van de Marotte, als enige vereniging uit Nederland uitgenodigd, in München deel aan een Internationaal Congres over Carnaval: “Um 20.30 Uhr trifft die siebenköpfige Abordnung der berühmten Höllandischen Karnavalsgesellschaft “de Marotte” aus Zitterd ein und wird festlich empfangen”.
Vorst Marot Math. Stöcker legde op 15 september 1936 op 75-jarige leeftijd zijn functie neer. Men besloot op de volgende jaarvergadering zijn opvolger te kiezen hetgeen er echter nimmer van is gekomen. Waarnemend Vorst: H. Hermans.
Jubelfeesten van de Marotte startten op 7 januari 1937 met als Jubileumprins Pierre Feron (Pierrre I). De prinsegarde, een nieuw element in de viering, bestond uit 9 jonge dames (foto). Voor het eerst trok de optocht door Sittard op carnavalszondag (7 februari 1937). Vanaf dit moment opende de stoet met de “kènjer die den optoch in de waeg loupe”.
Tengevolge van het houden van de optocht op zondag werden op maandag voor Sittard nieuwe perspectieven geopend. Zodra het masker gevoerd mocht worden (13.00 uur) stroomden de hoerae’s van alle kanten toe compleet met varkensblazen, leverworsten en peperkoeken omringd door grote scharen verklede kinderen die vervolgens zingend door de stad trokken. Later hielden de Philharmonie en het trommelkorps Stadbroek een rondgang door de stad. Ongevraagd, dus ongeorganiseerd sloten zich daar de drommen hossende kinderen en de hoerae’s bij aan en zie aan de carnavalsstam was spontaan een nieuwe loot ontsprongen: de kinderoptocht. Ook dit jaar wedijverden de Pappegey (nr.56) en De Zittessche Laamaeker (nr.2) om de gunst van het publiek.
Het programma van de Aanhauwtesj liep parallel met dat van de Marotte waarbij men elkaar niet beconcurreerde. Iets dat overigens ook nooit aan de orde was geweest, integendeel. Dit jaar was die samenwerking zelfs bijzonder goed te noemen.
Resumé:
Maken we de eindbalans op van de vijfde jubileumperiode zien we dat het een roerig tijdperk is geweest. Hoogtepunten en dieptepunten, verdediging van (carnavals)principes, zelfs door middel van een opstand. Van futloze gelatenheid via “aanhauwte” tot herrijzing. Een periode die tot een van de meest essentiële in de geschiedenis van de Marotte en het carnaval in Sittard mag worden gerekend. Bij het afsluiten van die periode constateren we een verregaande samenwerking tussen Marotte, Aanhauwtesch en Mander, buurten en verenigingen, de optocht op zondag, een prinsengarde, een spontane aanzet voor een kinderoptocht, een commissie propaganda en finananciën voor het Sittardse carnaval en een aanzet voor een Federatie van carnavalsverenigingen in Limburg.
Lees ook
Deel 5 Op weg naar het 4 x 11-jarig jubileum Deel 7 Opstomen naar het 6 x 11 jarig jubileum |
|
|
|