Deel 1 1582-1882 Het ontstaan van een carnavalsvereniging

De allereerste vermelding waaruit blijkt dat er in Sittard feest werd gevierd met carnaval is 1582/1583. Een en ander blijkt uit de oudst bewaard gebleven stadsrekening. Deze geeft aan dat op kosten van het stadsbestuur op carnavalsmaandag en -dinsdag stevig was gegeten en gedronken door daartoe bevoorrechte personen met hun ega’s en vrienden en/of vriendinnen. Een ritueel dat zich de daaropvolgende jaren zou blijven herhalen.

Vanaf 1589 beperkte men zich tot viering op dinsdag waarbij de jaarlijkse locatie wel eens wissselde. Zo komen we naast de locatie van het stadhuis o.a. de namen tegen van het café “Im Eyseren Man”, “Im Gulden Kop”, herberg Reinhern Douffen en - zoals b.v in het jaar 1626 - “das Burgemeisters behausung” (de burgemeesterswoning).
1862 en later

Dat er op enig moment een neergang en stagnatie is opgetreden in de carnavalsviering – iets wat niet alleen in Sittard gebeurde – is een historisch vaststaand feit. Helaas ontbreken de juiste gegevens betreffende oorzaken en tijdstippen waardoor e.e.a. in een duidelijker daglicht geplaatst zou kunnen worden. Het jaar 1862 daarentegen verschaft ons wel weer duidelijkheid over de viering van carnaval (het fenomeen is dus eigenlijk nooit helemaal verdwenen). “Mercurius” , het oudste weekblad van Sittard, maakt in dat jaar melding van een “bal masqué et paré” op carnavalsmaandag en –dinsdag. Plaats van handeling: de zalen van het café van weduwe Palmen aan de Molenbeek. De entreeprijs van 24 cents was voor “de man in de straat” echter een onoverkomelijk bezwaar zodat het enkel was voorbehouden voor de welgestelden. Zulks geschiedde ook in 1863 en 1864 met dien verstande dat er in 1864 behalve het bal ook nog een toneeluitvoering was geprogrammeerd door de zogeheten “Molière Comédie”. In 1865 was de naam van het toneelgezelschap gewijzigd in “Sociéteit Molière” en werd in uit drie delen bestaand toneelstuk opgevoerd. De gemaskeerde en gecostumeerde bals, georganiseerd door en bij de weduwe Palmen, bleven eveneens plaatsvinden in de jaren 1865, 1866 en 1867.

Kentering?

In 1867 verscheen er een advertentie in de pers waarin door een gezelschap dat zich voorstelde als “De Hoogesele Oetlachbare Heer oet de Sociéteit Zonder Naam, maar niet zonder Hart” een oproep werd gedaan aan “alle Heeren en Daemen, Kromme en Laeme, Groote en Kleine, Rieke en Gemeine, Magere en Vette, Leleke en Nette, Schwarte en Gäle, Blinje en Schäle, Joenge en Griese, Schanderme en Comiese, Brüers en Teppers, Mehlwurm en Bekkers en aan alle mädjes die op sterk water zitte”. Doel was tijdens de Aanstaonde Gekke daag een carnavaleske rondreis door stad Zittert te organiseren en te collecteren voor de Erm Luu. Door de Erme-President zou vervolgens, middels een officiele kwitantie, inzage worden gegeven over het opgehaalde bedrag. Een belofte waaraan men zich ook zou houden want een week later verscheen een advertentie waarin verantwoording van het opgehaalde geld werd gegeven. Het begin van een georganiseerde carnavalsviering??

Men zou zeggen van wel maar een herhaling van deze activiteiten heeft in de

daaropvolgende jaren niet plaatsgevonden. Het waarom is helaas niet bekend.

De koppeling van een charitatief doel aan een manifestatie werd in het jaar 1869 overgenomen door het “Phiharmonisch Gezelschap St. Caecilia”. Dat gezelschap concerteerde op zondag vóór vastenavond in “Hotel du Limbourg” t.b.v. de Sittardse armen. Opbrengst maar liefst 460 francs.

De carnavalsviering zelf beperkte zich echter nog steeds tot de “maskeerde of onmaskeerde” bals bij weduwe Palmen terwijl in de dansgelegenheid van ene Meuter slechts “ongemaskeerden”werden toegelaten. Een situatie die zich de eerstvolgende jaren zou handhaven.

Rond 1875 won het carnaval aan populariteit en kon men advertenties lezen waarin maskers werden aangeprezen in de zaken van G. Stöcker-Clemens en B. Lindemans en werden dominoos verkocht bij B. Herzdahl.

In 1878 vonden op diverse plaatsen in de stad danspartijtjes plaats en voltrok het carnavalsgebeuren voor de gewone man zich meer en meer op straat en in de vele herbergen die men toen kende. Men vierde het goed en op een manier die de Sittardenaar eigen was. Zulks tot ongenoegen van de pers die voor deze manier van vieren (te plat, on-kies, vaker niet geestig dan wel geestig etc.) weinig waardering had en aandrong op een mentaliteitsverandering en meer organisatie. De pers pleitte bij de middenstand om een optocht te organiseren om zo toeschouwers van buitenaf te lokken zodat Sittard ook economisch een extra stimulans zou krijgen. Een oproep die vooralsnog onbeantwoord bleef zodat de carnavalsviering in 1880 nog steeds op dezelfde wijze als de laatste jaren werd beleefd. Met dien verstande dat er toch meer attributen werden aangeprezen zodat er meer gemaskeerden te zien waren en de drukte toenam. De verslaggeving uit die jaren eindigt met de opmerking dat “alles in beste orde afgeloopen is en dat geen enkele het spekkamertje (gevangeniscel) met een bezoek vereerd heeft”. De viering van het carnavalsfeest gebeurde in 1881 op identieke wijze.

Het ontstaan van een organisatie

“De leden der Landbouwersvereniging, Swentibold, de Burgersociéteit en Alleluja, alsmede zij, die wenschen deel te nemen aan den optocht van aanstaanden Vastenavonds Maandag, worden vriendelijk verzocht te vergaderen, morgen (Zondag-avond) ten 7 uure, in de zaal van den Heer Aug. Kamps, ten einde te raadplegen over de uit te voeren voorstellingen”. Zo luidde de tekst van een oproep voor een vergadering in de krant van 17 december 1881 rond het al of niet doorgaan van een optocht. De oproep was ondertekend met: “Bestuur der Carnavals-vereeniging”. De geboorte van een organisatie? Het moet wel want ondanks het feit dat geen nadere gegevens omtrent het verloop van voornoemde bijeenkomst bekend zijn, werden alle verdere activiteiten geannonceerd onder het hoofd van: “CARNAVALS-SOCIETEIT DE MAROTTE TE SITTARD”.

Hoe de bestuurssamenstelling was en wie de voorzittershamer hanteerde is helaas niet bekend. Er is tenminste geen vermelding van gevonden. Verondersteld wordt dat Claudius Kamps reeds in het oprichtingsjaar het presidentschap op zich heeft genomen. De president vormde samen met “de schriever” en “de penningfoekser” het “Comité”of de “Kemissie”die tot taak had de optocht van 1882 voor te bereiden en ten uitvoer te brengen. Bij de bewering dat dit comité werd bijgestaan door “Eine wieze Raod van Elf” moet overigens een groot vraagteken worden geplaatst omdat daartoe geen enkel gegeven is aangetroffen. En het optreden van een “Prins” in dat jaar kan om dezelfde reden evenmin worden bevestigd. Sterker nog, de officiële optocht in 1882 sloot met de “Regelingscommissie in open rijtuig”. Zou er een prins zijn geweest, zou die eer hem immers te beurt zijn gevallen.

Net zoals dat in andere plaatsen gebruikelijk was, zou het carnaval in Sittard in het seizoen 1881/1882 ook een motto hebben: “Noe geis te kapot op de geit”. Ook de optocht zou deze lijfspreuk dragen. Een motto dat om onduidelijke redenen (kritiek van buitenaf?) later werd gewijzigd in: “De parpluu wurt gerich”.

Het vervolg

Nu men elkaar eenmaal had gevonden volgden de vergaderingen elkaar snel op. Na de “tweede algemeine vergadering” gehouden op 2 januari 1882, werden vergaderingen gehouden op 15, 22 en 29 januari en 12 en 19 februari. Maandag 20 februari, carnavalsmaandag was vervolgens de optocht. De vergaderingen, die merendeels op zondagavond werden gehouden, bestonden uit twee delen: een beraadslagingsgedeelte gevolgd door een ontspanningsgedeelte waarin komische voordrachten van leden van de Marotte-sociëteit konden worden beluisterd. De bijeenkomsten van de Marotte vonden bij toerbeurt plaats “bie de Naas Pfennings bie de Schtaase”, “bie Lei Wèvesch”, “bie ’t Kämpske op de Paerdestraot” (Aug. Kamps) en “bie Noppender Paulsen aan de Meulebaek”.

Hoofdpunten tijdens deze besprekeingen waren de optocht 1882 en de financiën. Tijdens de vergadering van 12 februari werd hieraan een belangrijk actiepunt toegevoegd “omdat de commissie zich sjterk in de kop haet gepak sjus wie ze op anger plaatsje doon ein offesjeel vastelaovend-gazet op den daag van den grooten optoch oet te gaeve”. Dit onder het motto: “Burgesch noe moet geer ous helpe”. Er werd een campagne gevoerd die binnen enkele dagen tot succes leidde want binnen een week verscheen het eerste nummer van “De Pappegei”, het dagblad van de Marotte dat “eeder daag verschient behauve de daag dat ’t geine Vastelaoves-Maondaag is”. Dit Marotte-symbool slaat nog ieder jaar zijn vleugels uit.

De definitieve volgorde van de optocht van maandag 20 februari 1882 – de eerste officiële manifestatie van de nieuwe vereniging in het openbaar – werd vastgesteld tijdens de laatste vergadering. Het verslag, dat de kranten van deze “officiële” stoet in Sittard gaven, was erg positief: “Beloofde het programma veel, het moet gezegd worden dat men zijn beloften stipt is nagekomen. De flinke organisatie van den geheelen stoet, zowel als de passende decoratie der verschillenden wagens bleken met veel tact te zijn geschied. Twee muziekkorpsen.… zetten aan het geheel door het spelen van het volksdeuntje “De oûe Tante” niet weinig vrolijkheid bij. Langs den weg werden door collecteurs bij de toeschouwers giften ingezameld. Dat een en ander eene massa nieuwsgierigen uit de omliggenden gemeenten naar Sittard had gelokt, behoeft nauwelijks gezegd. Tijdens den optocht werden aan het publiek gelegenheidskranten aangeboden”.

De collecte voor de armen bracht fl. 101,87 ½ op. Naast de gangbare en te gebruiken munteenheden werden ook andere “kostbaarheden” aangetroffen zoals: “9 oude driefenningstukken, 25 oude Pruisische centen, 3 oude koperen Belgische vijfcentimes-stukken, 2 kreutzermunten, 4 oude silbergroschen, 30 verschillende valse muntstukken, 31 diverse knopen (!), 25 steentjes, 8 notendoppen, 2 kurken etc.!!!

Lees ook

Deel 2 Moeizaam op weg naar het 1 x 11-jarig jubileum
Hofòntwerper Studio Marq | Aangedreeve door Ermeco Web-id
Copyright © 2009/2010 De Marotte Zitterd